Wie was er van hout?

‘Wie was er van Hout?’ is een historische miniserie, gesitueerd in Brabant in het begin van de jaren zeventig waarin de familie Lovendaal, na hun verhuizing naar de psychiatrische kliniek Valkenvlucht, hun oude omgangsvormen onder invloed van het progressieve klimaat, moet aanpassen om zo een nieuwe verhouding tot elkaar te vinden.

LOGLINE

Een patriarchale, katholieke en getraumatiseerde zenuwarts vecht tegen de antiautoritaire invloed op zijn familie en werkomgeving, uit angst voor moreel verval, waarbij hij zijn eigen gezondheid op het spel zet om uiteindelijk tot het noodgedwongen inzicht te komen dat hij moet loslaten door te accepteren.

GENRE

Historisch drama

FORMAT

6 afleveringen van 50 minuten.

VOORBEELD SCÈNE, AFLEVERING 1

EXT. ACHTERTUIN DIRK EN MARA – AVOND

Pien steekt een sigaret op en voelt aan de bladeren van een bloeiende rode dahlia.

Pien ziet Elisabeth komen aanlopen. Ze kijkt naar het silhouet van het huis van de familie Lovendaal.

PIEN

Is dat jullie huis?

ELISABETH

We wonen er net twee dagen.

Stilte.

PIEN

Niet verkeerd.

ELISABETH

Het is speciaal voor ons gebouwd.

PIEN

Het was stom, hè?

ELISABETH

Ja.

Pien gooit haar sigaret weg.

PIEN

Ik ga er vandoor. De buren hebben wel iets beters te doen dan op mijn zoontje te passen.

Pien steekt haar hand uit.

PIEN (CONT’D) (afstandelijk)           

Prettig om kennis te maken. Elisabeth geeft Pien een hand.

PIEN (CONT’D)

Je hand is bezweet.

Elisabeth bloost en trekt haar hand terug.
 

ELISABETH

Hoe oud is hij?

PIEN

Mijn zoon?


Elisabeth knikt.

PIEN (CONT’D)

Net zes geworden.

ELISABETH

Ik heb zelf drie jongens.

PIEN (grappend)

En een man?

ELISABETH

Ja, ook nog.

Pien kijkt naar het huis aan de andere kant van de coniferenhaag.

PIEN

Weet je dat ik altijd in zo’n huis heb willen wonen?

Elisabeth glimlacht wat gegeneerd.

ELISABETH

Dat kan toch nog steeds.

PIEN

Nu wil ik het niet meer.

Pien trekt een rode dahlia los uit de struik naast haar. Elisabeth kijkt over haar schouder, maar de andere gasten in de tuin lijken niets te hebben opgemerkt.

ELISABETH (verontwaardigd)          

We zijn hier te gast.

Pien brengt de bloem naar het haar van Elisabeth.

PIEN

Mag ik?

Elisabeth knikt vertederd, terwijl Pien zorgvuldig de dahlia in haar haren steekt.

ELISABETH

Sorry, zo bedoelde ik het niet.

PIEN

Weet ik.

Joseph komt achter Elisabeth aan, met een glas cognac in de hand, naar buiten gelopen. Hij snuift de zomeravondlucht op.

JOSEPH

Er gaat toch niets boven een zomeravond.

ELISABETH

Dit is mijn man; Joseph. Joseph, dit is Pien.

Ze schudden elkaar de hand.
Elisabeth draait haar oor, waarachter de bloem zit, naar Joseph toe.

 

ELISABETH (CONT’D)

Mooi hè! Heeft Pien gedaan.

Joseph slaat een arm om Elisabeth.

 

JOSEPH (tegen Elisabeth)

Ik wil je graag voorstellen aan mijn collega’s uit Eindhoven.

 

ELISABETH

Kan dat niet zo meteen?

PIEN

Ik ga!

ELISABETH

Als je om een oppas verlegen zit. Ik doe het graag.

PIEN

Dat is lief, maar ik red me wel. Fijne avond!

Pien loopt weg.

ELISABETH

Waarom doe je dat nou?

JOSEPH

Het is dankzij Richard dat wij hier nu wonen.

Elisabeth kijkt naar het huis.